INTERVIEW MET LAURENTIUS TARPIN O.S.C., DE NIEUWE MAGISTER-GENERAAL VAN DE KRUISHEREN.


Laurentius Tarpin werd geboren op 8 maart 1969 te Kuningan, in het gebied West-Java, Indonesië. In 1988 trad hij als novice binnen bij de kruisheren. Twee jaar later legde hij zijn tijdelijke geloften af, en nog eens drie jaar later zijn plechtige geloften. Na zijn priesterwijding in 1996 studeerde hij moraaltheologie in Rome tot 1998. Daarna gaf hij les aan de Katholieke Universiteit van Bandung, studeerde verder in de moraaltheologie en behaalde zijn doctoraat in 2004. De volgende tien jaar was hij lid van de provinciale raad van de kruisheren, hij doceerde moraaltheologie, en was gedurende twee ambtstermijnen vice-rector van de universiteit. Toen Anton Subianto Bunyamin, de prior-provinciaal van de Indonesische kruisherenprovincie, in 2014 tot bisschop van Bandung werd gewijd, werd Laurentius Tarpin verkozen als zijn opvolger.

Wat dacht en voelde u toen u tot 58ste magister-generaal van de kruisheren werd verkozen?

Daags vóór de verkiezing was ik zenuwachtig, bezorgd en bang. Ik kon niet slapen, ik dacht aan de zware verantwoordelijkheid. Die nacht bad ik dat de Heilige Geest het generaal kapittel zou inspireren om de beste te kiezen om de orde te leiden. En tijdens het ochtendgebed bad ik: wie ook wordt verkozen, ik zal hem steunen.
Ik heb nooit de ambitie of droom gehad om magister-generaal te worden. Een goede kruisheer zijn, was voor mij voldoende.
Toen Magister-generaal Glen Lewandowski, die de verkiezing voorzat, aankondigde dat ik was verkozen, was ik verbaasd en sprakeloos. Op zijn vraag of ik de keuze aanvaardde, heb ik geantwoord: “Ja, ik aanvaard de keuze uit liefde voor de orde en van ganser harte.”
Ook daarna was ik nog zenuwachtig. Na de verkiezing opende ik mijn gsm en vond daar groeten en steunbetuigingen uit de hele wereld. Toen werd ik rustig.
Ik belde mijn zus; ze zei dat ze verdrietig was omdat ik ver van mijn familie zal zijn. Maar uiteindelijk is ze wel trots dat ik zo de orde kan dienen.
Ik voel het vertrouwen van het generaal kapittel en dat is een zegen. Ik zal de orde nu ook buiten de grenzen van mijn eigen provincie dienen, en ik zal de toestand van de orde in haar geheel beter begrijpen. Deze verkiezing is een bijzondere kans voor mijn persoonlijke vorming. Ik moet meer leren over het charisma van de kruisheren, over de confraters en hun problemen en angsten, hun hoop en hun behoeften.

Welke persoonlijke eigenschappen zullen U helpen om uw keuze en rol als magister-generaal te vervullen?

Wat zal mij helpen? Ik ben een open persoon, bereid om te luisteren en te begrijpen en om verder te denken dan mijn eigen interesse. Er is ook mijn liefde en toewijding om de orde te dienen. Hopelijk kan ik dat voltijds doen, zonder andere specifieke taken.
Alles inzetten wat ik heb en ben voor het welzijn van de orde is wel een karaktertrek van mij. Ik kan gemakkelijk samenwerken met iedereen en kan me aanpassen aan nieuwe situaties en een nieuwe omgeving.
Ik kan omgaan met alle niveaus en alle regio’s van de orde. Ik was provinciaal, ben tien jaar raadslid geweest en ook vice-provinciaal. Dat was een goede leerschool, die mij nu kan helpen in mijn nieuwe taak. Ik ben een harde werker en wil graag iets nieuws leren.
Dit generaal kapittel is voor mij een ervaring geweest van permanente vorming. Mijn Engels is verbeterd. Ik heb leren omgaan met mensen, vergaderingen leiden, mensen beïnvloeden in positieve zin, en mensen persoonlijk benaderen. We zullen veel confraters betrekken in de activiteiten van onze orde.
Wat heeft mij gemaakt tot de persoon die ik ben? Mijn vorming. Ik kom uit een eenvoudig gezin en ben niet veeleisend. Ik kan aanvaarden wat het leven brengt. Mijn ouders hebben mij gevormd door hun eenvoud en oprechtheid. De vorming binnen de orde betekende een grote verandering in mijn leven. Vroeger was ik verlegen, maar door de vorming ben ik gegroeid en ontwikkeld. Mijn zelfvertrouwen is toegenomen.

U bent de eerste magister-generaal van het Aziatische continent. Wat betekent dat voor u?

In de 805-jarige geschiedenis van de kruisheren ben ik de eerste magister-generaal uit Azië. Ik ben daar trots op. De orde rekent op mij om haar te leiden. Het is een hele uitdaging om die grote verantwoordelijkheid uit te bouwen in het licht van het kapittelthema, “wachters van de dageraad”. Ik kreeg veel groeten en felicitaties en bemoediging, ook uit de Europese provincie en uit andere gebieden van de orde. Ze waarderen mijn beschikbaarheid om deze serieuze uitdagende verantwoordelijkheid op me te nemen. Confraters zeggen dat dit het juiste moment is voor het zuidelijk halfrond van de wereldwijde orde om de leiding te beginnen nemen.


Hoe ziet u de toekomst van de orde? Welke zijn volgens u de belangrijkste opdrachten voor de komende zes jaar?

De grootste uitdaging is het aantal leden. Er is hoop. Het zuiden groeit. Maar in het noordelijk halfrond daalt het ledental. Dat is een opdracht voor mij. Hoe kunnen we zorgen dat de kruisheren in Europa en Noord-Amerika blijven voortbestaan? Hoe kunnen we de jongere generatie aantrekken? Niet met bekeringsijver maar door onze levendige getuigenis, door hen te laten zien dat onze manier van leven ons gelukkig maakt, dat zegt ook paus Franciscus.
De opdracht is om de samenwerking op het vlak van personeel en financiën te verbeteren en bevorderen. Het zuiden heeft veel leden, maar een gebrek aan middelen. Hoe moeten we deze situatie aanpakken? Een andere opdracht is de vorming van leiderschap in Congo, Indonesië en Brazilië. Hoe kunnen we capaciteit opbouwen in vorming, leiding en financiën? We moeten deze noden onder ogen zien. Een andere opdracht voor de volgende zes jaar is de begeleiding van het veranderingsproces. Onze confraters moeten begrijpen dat de tijd is gekomen om te veranderen in de lijn van wat het generaal kapittel vraagt. Mensen moeten de noodzaak van die
verandering inzien. Het gaat om een verandering van mentaliteit: alle leden van de orde hebben de opdracht om verder te denken dan de grenzen van hun eigen denkpatroon. Als de mentaliteit verandert, zullen ook het gedrag en de activiteiten veranderen. We moeten nadenken over wat het betekent om lid te zijn van de Orde van het Heilig Kruis, namelijk lid te zijn van het grotere geheel, over de gemeenschap en over de grenzen van de provincie heen.


Wat ziet u als uw specifieke rol als magister-generaal van de kruisheren?

In de eerste plaats moet ik geestelijke vader en dienaar zijn: de orde dienen, haar eenheid bewaren, het charisma van de kruisheren levendig houden. Ik moet als een vader aandacht schenken aan alle leden van de orde, vooral de meest kwetsbaren. Ik voel het als mijn opdracht om te zien en te voelen wat de leden voelen: mee-voelen. Ook onze Constituties zijn duidelijk over mijn rol als magister-generaal. Ik moet als een broeder zijn voor alle leden. Je kan bij mij komen, mij iets toevertrouwen, klagen als er klachten zijn. Ik wil samen met mijn medebroeders op weg gaan en werken. Als leider van de orde, deel ik met de anderen mijn overtuigingen over het charisma van de orde. Als leider moet ik de andere confraters aanmoedigen, verbeteren, stimuleren en hulp bieden.

Wat is de betekenis van uw motto 'Cor unum et anima una' en waarom is dit zo belangrijk voor u?

Dit motto raakt mij erg. Het is de kern van ons charisma, van ons broederlijk leven als kruisheren. Door dit motto druk ik mijn hoop uit dat alle leden zich broeders voelen van elkaar. Het hangt samen met een besef van morele verantwoordelijkheid om de anderen te beschermen en voor hen te zorgen, ook in hun kwetsbaarheid. Door dit motto zou ik alle leden willen vragen om verantwoordelijkheid op te nemen voor het algemeen welzijn van de hele orde. Dit motto roept ons op om een cultuur van delen, van broederlijke solidariteit en economie uit te bouwen. We kunnen samen opgroeien als orde. Na mijn verkiezing bad ik en vroeg ik mij af wat een gepast motto zou zijn. Heel spontaan dacht ik aan Cor unum et anima una. Het is een gepast en dynamisch motto, dat een programma inhoudt voor de orde en wijst op een spirituele reis. Het komt uit de Handelingen van de Apostelen (4,32) en ook uit de regel van Augustinus. Het is een oproep om ons eigen belang te overstijgen. We moeten ruimer denken en voelen. Het motto is teken van een culturele tegenbeweging in een samenleving die gekenmerkt wordt door individualisme, pragmatisme, consumptie. Mijn motto is een boodschap voor de Kerk en voor de samenleving.


U zei dat er een beter inzicht is gegroeid in het charisma van de kruisheren. Wat is nodig om dit inzicht nog te verbeteren?

We moeten ons charisma als kruisheren cultiveren, verinnerlijken en beleven. De priorij als normatieve gemeenschap biedt daartoe de gepaste structuur. Hoe kunnen wij daar het broederlijke leven verbeteren? Het inzicht in ons charisma is een groeiproces dat nooit eindigt: het begint in het noviciaat en gaat door tot de dood. Dat inzicht is meer dan intellectuele kennis; het is een zaak van het hart, als zetel van ons gedrag, onze houding, ons handelen, onze motivatie. Begrijpen met het hart is van cruciaal belang. Leerprocessen en methodieken moeten de medebroeders helpen het charisma te verstaan, te beleven en te verinnerlijken.
Tijdens de initiële vorming leren onze leden uit ervaring een broederlijk gemeenschapsleven op te bouwen. Dat vereist zelfverloochening, zelfopoffering, verdraagzaamheid, wederzijds begrip. Het belangrijkste is dat alle leden beseffen dat ze broeders zijn. Het gemeenschapskapittel van de priorij
moet een actieplan opzetten om het charisma van de kruisheren te bevorderen. Het ons eigen maken van de sleuteldocumenten van de orde zal het verstaan van het charisma verdiepen.

Welke is uw persoonlijke boodschap als magister-generaal aan de "wachters van de dageraad"?

Mijn persoonlijke boodschap aan de jongeren-in-vorming is dat ze niet alleen de toekomst maar ook het heden zijn van de orde. Wees er trots op om kruisheer te zijn en stop nooit met het uitdiepen en beleven van ons kruisherencharisma, want dat is onze eigen identiteit. Een vierde van alle leden van de orde zijn op dit ogenblik in de fase van initiële vorming. Ze zijn allemaal “wachters van de dageraad”. Ze moeten worden voorbereid op de toekomst van de orde, want zij moeten er de verantwoordelijkheid voor dragen. Deze verantwoordelijkheid begint nu, vandaag, door hun inzet bij de vorming. In dit vormingsproces ben ik hun metgezel. De begeleiding van de jonge kruisheren is voor mij erg belangrijk. Plechtig geprofeste confraters moeten een rolmodel zijn, en dat geldt ook voor mij. Er moet overeenstemming zijn tussen woord en daad, en ook integriteit. Ik wil een vriend van de jonge mannen te zijn, en ik ben een vader voor hen.

Wat denkt u over het religieuze leven van de kruisheren en zijn rol in de opbouw van de Kerk?

Het religieuze leven van de kruisheren is een antwoord op een roeping in dienst van God en de mensen, met een passie voor Christus en een passie voor de mensheid. Daarom moeten wij als kruisheren mystieke en profetische religieuzen worden. Wij moeten ons engageren tot een diepe persoonlijke relatie met God en Christus. We worden profeten door trouw en consequent de religieuze geloften te beleven die wij hebben uitgesproken, en zo de wereld wakker te schudden. We moeten door ons handelen ingaan tegen waarden die in feite ons religieus leven bedreigen. Paus Franciscus heeft benadrukt dat het religieus leven een geschenk is voor de Kerk en voor de samenleving. Door onze apostolische aanwezigheid en ons engagement in het leven van de Kerk, moeten wij ons --als religieuzen-- sentire cum ecclesia, één voelen met de Kerk.

Heeft u een wens voor onze lezers van Kruis & Wereld*?

Mijn bijzondere wens is dat de lezers van Kruis & Wereld goede medewerkers zijn van de kruisheren, door hun broederlijke steun in de vorm van gebed en steun in ons religieus leven, ieder volgens zijn of haar mogelijkheden.
Ik wens jullie toe om trouwe christenen te zijn. Dat betekent dat jullie denkwereld en gedrag worden geïnspireerd door evangelische waarden en het geestelijk erfgoed van de kruisheren. Ik hoop dat jullie, als gelovige christenen en sympathisanten van de kruisheren, tonen en ervaren wat het betekent om één van hart en één van geest te zijn. Deze harmonie is zo belangrijk voor het dagelijks gezinsleven. Dit is de sleutel om samen een harmonieus en vreedzaam leven op te bouwen.
Pierre-Paul Walraet, o.s.c., augustus 2015
*) Kruis